maandag 20 november 2017

Uitstapje: domein van Han-sur-Lesse


Toen we in de trein logeerden (iets dat in mijn herinnering alweer véél te lang geleden lijkt), hadden we het wilde plan in ons hoofd gestoken om eens naar het wildpark van Han-sur-Lesse te gaan. En terwijl we daar dan toch waren, waarom dan ineens niet ook eens naar de grotten? Awel ja. We waren deze herfst nog niet in de Ardennen geweest en dat is jaarlijks bijna een verplicht gebeuren. De ambtenaar in huis (niet ik) kreeg een mooie korting van de overheid als we de tickets op voorhand kochten en de kindjes waren zelfs gratis. Dat Han-sur-Lesse op een uur rijden lag van de trein was te verwaarlozen. Marie zou haar middagdutje toch gewoon onderweg in de auto kunnen doen. Wij pakten dus wat fruit en koeken bij elkaar en vertrokken.

Alleen deden we er door wegenwerken langer over dan verwacht en waren we vergeten dat Marie nooit slaapt in de auto, tenzij ze echt héél (maar dan ook héél) moe is. Dat was ze blijkbaar niet. Terwijl we onze best deden om te voorkomen dat Emil zou slapen (want die wordt altijd chagrijnig wakker na een autodut), bleef juffrouw Marie al tutterend naar buiten staren. Marie is eigenlijk altijd heel gemakkelijk in de omgang en heeft nooit last van driftbuien wegens vermoeidheid, maar tijdens onze week in de trein broedde er kennelijk iets. We voelden de bui al hangen en nadat we eerst een blik naar elkaar hadden geworpen die zei "Amaai, dat gaat hier niet goed komen vandaag!" besloten we toch om in de safarikar te springen die ons doorheen het wildpark zou rijden. Emil vond het allemaal nogal spannend en wreef op een bepaald moment zelfs in zijn handjes van contentement.




Het wildpark was dan ook prachtig. Maar echt. Ik wist helemaal niet dat het daar zo mooi was. Ok, de herfst en de zon hielpen wel een handje, maar het was echt fijn om met die kar doorheen het bos, over de berg en langsheen de open weiden te rijden. Het enige wat nog ontbrak waren een paar Brachiosaurussen en wat muziek van John Williams. Gelukkig waren er genoeg herten, everzwijnen, wolven en beren te bekijken. Er werd ook uitleg gegeven, maar dat hoorden we niet allemaal (en samen met ons de rest van onze wagon) want Marie was moe, wriemelde zich los op onze schoot en zette haar keel open. Sorry medepassagiers, soms vragen wij gewoon wat te veel van onze kindjes. Tegen het midden van de tocht werd Emil het ook wat beu (aan die aandachtspanne moeten we toch echt wat werken) en waren wij blij dat we koekjes hadden meegenomen waardoor die beide monden toch even gevuld waren.


Je zou denken dat we er na die prachtige, maar licht enerverende trip genoeg van hadden, maar we waren daar nu toch en het was nog zo vroeg. Nee, we gingen ook nog naar de grotten. We hadden de draagzak bij, dus Marie kon daarin een dutje doen. Wij sprongen dus andermaal, op een treintje deze keer, dat je tot bij de ingang van de grotten brengt. Niet lang nadat we de grotten binnengingen, gaf Marie eindelijk toe aan de vermoeidheid en deed een dutje dicht bij papa. Rust! En wederom veel ooh's en aah's, want ook de befaamde grotten van Han bleken de moeite te zijn. Emil hield mooi mijn hand vast gedurende de hele wandeling, al moest ik hem er nogal vaak aan herinneren om ook eens naar boven te kijken, want meneer was de hele tijd zijn voeten aan het bekijken. Omdat het Halloween was, zagen we hier en daar ook een zombie en moest ik Emil geruststellen dat die mevrouw die zo hard aan het gillen was ons heus niet zou opeten. Tegen het einde werd Marie wakker en liet (alweer) van zich horen, en in een grot weergalmt dat allemaal zo goed. Opnieuw, sorry mensen!





We kwamen pas laat terug aan bij de trein, in het donker, met twee vermoeide kinderen en een paar pizza's die we onderweg nog in de buurt van de trein hadden gevonden en beseften dat ons dagprogramma toch net wat te hoog gegrepen was geweest.
Was het plezant? Toch wel.
Was het de moeite? Absoluut.
Gaan we nog eens terug? Zeker en vast, en dan gaan we te voet door het wildpark zodat we nog wat meer en langer van al dat natuurschoon kunnen genieten.

Soms moet je ook gewoon kiezen voor de ambitieuze weg, zelfs al is die wat hobbelig, want dat vergeet je later toch. Dan kijk je naar je foto's en denk je "Goh, dat was plezant toen hè". Het is daarvoor dat we het doen.

maandag 6 november 2017

Logeren in een trein


De man des huizes was vroeger fan van Vlaanderen Vakantieland. Getuige daarvan enkele oude opnames die tot op vandaag nog stof staan te vergaren in de tv-theek van onze digibox. Afgelopen zomer bekeken we zo'n oude opname en toen stond Saartje op het perron van Station Racour te vertellen over twee treinstellen waar je in kon logeren. "Oh, leuk!", zeiden we toen tegen elkaar. Een week later keken we naar Met Vier in Bed en zagen we diezelfde treinstellen passeren. We besloten dat het een teken van bovenaf was en boekten diezelfde avond nog enkele overnachtingen voor tijdens de herfstvakantie.


Afgelopen week was het dus zover en sliepen we drie nachten in een omgebouwde treinwagon. Wat de sympathieke eigenaars Jo en Hilde hier hebben verwezenlijkt, is absoluut de moeite. In de trein kan je een fotoboek vinden van het traject (ha!) dat Jo en Hilde hebben afgelegd om de wagons in hun tuin te krijgen, hoe ze werden gestript, geschilderd en weer werden opgebouwd. Zo'n wagon is ruimer dan je denkt, want er zijn twee grote slaapkamers (waarvan eentje met 4 bedden voor als je veel kinderen wil meenemen) met elk een eigen badkamertje. Er is een ruime keuken, uitgerust met vaatwasmachine en combi-oven en je hoeft zelfs niet je eigen afwasmiddel en keukenhanddoeken mee te brengen (klein huisvrouwengeluk). Maar het gezelligste plekje was veruit de eetkamer, waar je jezelf kon neervleien op een treinbank en wat naar buiten kon staren. Ik heb er ook kunnen lezen, voor de volle tien minuten!



Het kan niet anders dan dat je hier een leuke tijd beleeft, want je bevindt je in een prachtige omgeving, in een gigantische tuin, met een hoogstpersoonlijke bolderkar om te gebruiken (en om kinderen in te parkeren), je kan vrij gebruik maken van fietsen (waaronder een tandem) en steps of anders kan je wel de tijd verdoen met je te verkleden als treinconducteur en het bekijken van alle treindetails in het interieur van je wagon.



De kinderen waren behoorlijk enthousiast, dus werd de step vaak uit het fietskot gehaald zodat Emil zijn overbodige energie buiten kwijt kon. Marie bevindt zich nu op die gezellige leeftijd van bijna anderhalf waarop ze alles zelf wil doen en een eigen willetje begint te ontwikkelen. Zelf willen stappen maar dan toch de andere kant opgaan, vaak vallen, al veel begrijpen maar er nog geen woorden voor hebben en bijgevolg vaak wenen. Emil en Marie trekken ook meer naar elkaar toe, wat soms mooie foto's en een paar "oooh's" van onze kant oplevert, maar het ontaardt vaak altijd in gekibbel en getrek, waardoor we zowat om de vijf minuten moeten tussenkomen. Maar het kon de pret niet voldoende drukken. Wij gaan zeker nog eens terug als er toch minstens één van onze kinderen kan fietsen, zodat we de streek nog wat meer kunnen gaan verkennen.

Emil vroeg wel de hele tijd wanneer de trein nu ging vertrekken. Het concept was hem toch nog niet geheel duidelijk. Reizen met de trein is in ieder geval nog nooit zo comfortabel en gezellig geweest als de afgelopen dagen!

donderdag 26 oktober 2017

Met het Bosboek naar het bos


Een tijdje geleden gingen we wandelen in het Heverleebos in Oud-Heverlee. Ik postte daarna een foto op Instagram van een kleine Emil en een imposante boomstam bezaaid met paddestoelen. "Elfenbankjes in het bos", schreef ik erbij, want het was zo'n feeëriek en magisch gebeuren hoe die boom daar stond te blinken in het zonlicht dat er wel elfjes mee gemoeid moesten zijn. Een tijdje later kreeg ik een vriendelijke opmerking van boswachter Marc dat het geen elfenbankjes waren, maar tonderzwammen. Elfenbankjes zijn namelijk veel kleiner. Oeps...


Rond dezelfde tijd kreeg ik lucht van het bestaan van het Bosboek, geschreven door Sarah Devos (wiens vorige blog 'Sarah zegt hallo' zowat de eerste blog was die ik ooit volgde en las, maar die daar enkele jaren geleden - tot mijn grote spijt toen - mee gestopt was). Sarah heeft nu een nieuwe blog: Zondagbosdag. En schreef dus een boek over het bos. Omdat ze een gemis voelde in het bestaande bosboekenaanbod. Lees: ofwel te specialistisch ofwel te saai. Dus schreef ze wat ze zelf wou lezen en maakte er ineens dan ook maar zelf de tekeningen bij.

De sympathie die ik al had voor Sarah, mijn eigen liefde voor het bos en de opmerking van boswachter Marc waaruit bleek dat ik er eigenlijk totaal niets van kende, dreven me allemaal in slechts één richting: ik moet dat boek hebben!


Dus kocht ik het boek, las wat over de vorm van boombladeren, leerde over de dieren die je wel eens in het bos zou kunnen tegenkomen, werd enthousiast van de pootafdrukken (waarvan ik leerde dat ze 'prenten' worden genoemd) waarmee je op sporenonderzoek kon gaan. Ik ontdekte dat je een koolmees kunt herkennen aan zijn zwarte 'das' op zijn buikje. Tot nu toe was elke boom in het bos gewoon een boom, elke vogel een vogel en elke pootafdruk zal wel van een hond zijn geweest. Maar niet langer meer. Gewapend met het Bosboek onderscheid ik nu het blad van de beukenboom van dat van een berk, ken ik het verschil tussen een Amerikaanse eik en een zomereik en weet ik dat het de esdoorn is die daar zo mooi staat te verkleuren.


Aan het vogelspotten ben ik nog niet geraakt. Ik vermoed dat ik daarvoor beter mijn luidruchtige kleuter die niet kan stilzitten thuislaat. Ik zal er dus eens op mijn eentje op moeten uittrekken, zoals Sarah voorstelt, om de vogels allemaal eens op mijn gemak te kunnen bekijken.

Wie graag door het bos wandelt en/of indruk wil maken op zijn kinderen (of wederhelft) door hen te overladen met leuke bosweetjes, zet dit boek best al op het kerstlijstje. Sarah geeft trouwens ook wat tips voor als diezelfde kinderen niet altijd meewillen in het bosverhaal (die van mij voorlopig gelukkig nog wel) en biedt wat inspiratie in haar bossendoortjes (de 'dauwtrip' komt alvast op mijn to-do-lijstje).

Meer weten over het Bosboek? Ga dan zeker hier ook lezen en doe ze daar de groetjes.

vrijdag 20 oktober 2017

Weglopers en beenplakkers

Wij hebben twee heel verschillende kindjes. Meestal gaat dat zo, dus ook bij ons.

Marie is een beenplakker en hangt bijgevolg dus vaak aan mijn been. Soms doet ze dat om bescherming te zoeken tegen haar broer wanneer die wild om haar heen zit te springen, maar meestal wil ze gewoon alleen maar dichtbij mij zijn. In haar 16 maanden oude leventje voert mama zonder twijfel de boventoon. Ik geniet daar wel van moet ik zeggen. Maar het is ook niet altijd handig als je terwijl het eten moet maken, de was wil plooien of wat wil opruimen. Want zo'n baby aan je been, dat stapt niet zo gemakkelijk. Als ik haar op de grond zet in een ruimte met andere mensen, heb ik steevast een baby aan mijn been, want een beetje verlegen en onzeker, dus is mama de houvast. Maar zelfs als ze wat gewend is en op verkenning gaat, gebeurt alles wat ze doet op een rustige manier.

Aan mijn been plakken, dat heeft Emil nooit echt gedaan. Emil is een wegloper. Als peuter al was hij een wervelwind van zodra hij op de grond werd gezet. Weglopen deed hij sowieso, je wist alleen nooit in welke richting. Dicht bij mama en papa blijven was niet zijn prioriteit. Ondertussen is hij groot genoeg om hem alleen naar de speeltuin te sturen als we eens op restaurant gaan en is dat weglopen al geminderd, al zit het er nog steeds in. Op een onbewaakt moment kan het gebeuren dat je hem opeens de andere kant ziet uitrennen en hij zonder omkijken in een massa verdwijnt. Hem meenemen naar een kleding- of schoenenwinkel ontaardt sowieso in een kleuterjacht en geruzie en dient absoluut zoveel mogelijk vermeden te worden.

Het is dus even wennen aan zijn kalme zus, die we kunnen laten rondwandelen wanneer wij rustig een terrasje doen, want ze gaat nooit ver weg. Wat een verademing om niet meer alleen aan een tafeltje te moeten zitten terwijl manlief de achtervolging inzet op onze zoon. En wie weet leren ze nog van elkaar dat een beetje avontuur best leuk is, als je dat in de buurt van mama en papa beleeft.


maandag 9 oktober 2017

Uitstapje: het Mastenbos in Kapellen

Wandelen in het bos is het hele jaar door een prima idee als activiteit, maar in de herfst heeft een boswandeling toch net dat tikkeltje meer. De herfst is mijn favoriete seizoen, dus ik leef dan helemaal op. Terug mijn laarsjes kunnen dragen, geen blote benen meer, de geur van de verwarming die terug opspringt, het verkleuren van de bomen, pompoenen en dekentjes in de zetel. Heerlijk! Ja, ik ben een herfstmeisje.

Afgelopen weekend hadden we met vrienden (ook al zo'n herfstmensen) afgesproken om te gaan wandelen in het Mastenbos in Kapellen. Onze kleine jongens moesten nodig gelucht worden.

Speciaal aan het Mastenbos is dat het bezaaid ligt met bunkers en loopgraven. Die dateren nog uit de Eerste Wereldoorlog, toen het Duitse leger hier een (nooit gebruikte) verdedigingslinie optrok tegen onze neutrale vrienden uit Nederland. In het Mastenbos zijn twee uitgestippelde wandelingen die je kan volgen (eentje van 3,3 km en eentje van 5,5 km). De liefhebber kan ook nog kiezen voor het Loopgravenpad, dat je langsheen alle bunkers leidt (met infoborden en al).

Wij kozen voor de korte wandeling van 3,3 km, want wij voorzagen al dat onze jongens sowieso het dubbele zouden afleggen door al eens vooruit te lopen en dan weer terug of door opeens het bos in de duiken tegen hoge snelheid.

Toen we aan de wandeling begonnen verzuchtten we tegen elkaar hoe fijn het wel niet was, zo in de herfst in het bos, en dat het zo leuk is om dan op paddestoelenjacht te gaan. Maar zo jammer dat je zo zelden die prachtige vliegenzwam tegenkwam. Ja, dat zie je echt niet zo vaak hoor.
Bleek dat het Mastenbos dus vol staat met vliegenzwammen. Telkens we er eentje zagen riepen we in koor "Daar is er nog eentje!" en ook "Niet aankomen jongens!", want "gevaarlijk" en "straks is die kabouter heel droevig als zijn huisje kapot is."

Onze jongens waren in ieder geval genoeg gekalmeerd en uitgerend om ze daarna nog mee op restaurant te nemen. Missie geslaagd.

maandag 2 oktober 2017

De e-reader, mijn nieuwe beste vriend

De e-reader heeft intussen al enkele jaren geleden zijn intrede gemaakt, maar ik was er nooit een voorstander van. Er gaat toch niets boven het gevoel van een écht boek, dat je kan aanraken, kan doorbladeren, kan ruiken. Elk boek ziet er anders uit, heeft andere afmetingen, voelt anders in je hand en dat allemaal draagt mee bij tot de leeservaring. Een e-reader? Nee, dat was niets voor mij.

Mijn werkgever, zijnde uitgerekend een uitgeverij van papieren boeken, gaf ons in december 2014 een Tolino cadeau (de e-reader van Standaard Boekhandel). Leuk cadeau dacht ik toen, maar de Tolino verdween bovenaan in de boekenkast. Want pff, ik zou toch geen verraad plegen aan het papieren boek zeker?!


Tot anderhalve maand geleden, toen mijn beste vriendin op bezoek was. Zij leest al wel geruime tijd op haar Tolino (ook een cadeautje van háár werkgever) en ze wist me te overtuigen om het toch eens te proberen. Ik maakte dus een profiel aan op de website van Standaard Boekhandel en kocht diezelfde avond nog mijn eerste e-book: 'Belgravia' van Julian Fellowes. Een week later had ik het boek (dat overigens niet bijster goed was) uit. Wow. Het was zeker al jaren geleden dat ik een boek van 400 blz. uitlas op een week tijd.

Sinds begin dit jaar ging een boek lezen met twee (jonge) kinderen in huis me al iets beter af en kon ik in het voorjaar eindelijk het boek uitlezen waar ik vorige zomer in was begonnen. Ik vond dat al een hele prestatie. Daarna volgden nog een boek of twee en was mijn leesdrang weer aangewakkerd. Maar door mijn Tolino, die vanaf die eerste dag nooit meer ver van mijn zijde is geweken, ben ik pas weer echt aan het lezen geslagen.

Mis ik het gevoel van een echt boek? Misschien een beetje, maar niet echt. Ik dacht zelfs dat van zodra de nieuwigheid eraf was ik vast wel weer zou overschakelen naar een papieren boek, maar voorlopig zit dat er nog niet meteen in. Mijn e-reader ligt te goed in mijn hand, de e-books zijn goedkoper, ik kan hem makkelijk overal mee naartoe nemen, ik kan in het donker of het schemer lezen als dat moet, waardoor ik al eens vaker mijn e-reader erbij neem als de tv door iemand anders wordt ingepalmd. Ik lees gewoon meer door de e-reader en dat alleen al maakt van hem mijn beste maatje.

vrijdag 8 september 2017

Mijn tips voor een geslaagd weekmenu

Je kent dat wel, je komt thuis van je werk en je hebt honger. Je kinderen nog meer. Die staan zelfs meteen in de keuken om te zien wat daar allemaal al te rapen valt. Straks moeten ze nog in bad en je moet zelf nog in de douche, boterhammen maken voor school voor de dag nadien, nog even een wasje insteken en je wil toch nog graag dat ene programma zien en als het kan nog wat lezen voor het slapengaan. Dan wil je dat het avondeten snel en vlot op tafel staat, zonder eerst nog langs de winkel te moeten passeren en jezelf te pijnigen met de vraag "Wat gaan we vanavond eten?".

Zo is dat toch bij ons.

Daarom hebben wij sinds een paar jaar een weekmenu en ik kan niet meer zonder. Serieus. Ik ga één keer per week naar de winkel om alle inkopen te doen voor de week erna. Tenzij ik iets vergeten ben of voor een bepaald gerecht verse ingrediënten nodig heb, dan loop ik tijdens de middagpauze even tot bij Albert in de buurt.

Zaterdagochtend is mijn weekmenumoment. De kinderen houden zich dan in meer of mindere mate in stilte bezig, ik drink een koffie en maak mijn menu (van zaterdag tot vrijdag) en mijn boodschappenlijstje voor de winkel. Zet u er even bij en dan geef ik u wat tips. Wil je ook graag een koffie?


Vlees in het begin, vegetarisch op het einde
Een menu een week op voorhand maken, dat is ook rekening houden met de versheid van je ingrediënten. Je kan namelijk niet op zaterdag al gehakt kopen voor de donderdag nadien, want tegen dan wil je dat niet meer opeten. Daarom plan ik onze vleesgerechten altijd in in het begin van de week. De tweede helft van de week eten we dus vaak vegetarisch, of eten we vis uit de diepvriezer. Of een lasagne waar je zelf niets meer aan moet doen, behalve hem in de oven schuiven.

Hou een receptenlogboek bij
Doorheen de jaren ben ik recepten beginnen opschrijven in een notitieboek. Meestal haal ik mijn inspiratie online en die recepten kan je makkelijk op je Pinterest zwieren, maar met recepten uit tijdschriften of lekkere gerechten die je bij een vriendin at, ligt dat nogal moeilijk. Vandaar dat schriftje dus. Ik schrijf er soms ook commentaren bij voor mijn toekomstige zelf (slecht geheugen, weet je wel): "jammie" is een goed teken, "niet lekker" dan weer niet.

Maar ik zou niets zijn zonder mijn apps. Op Pinterest heb ik een bord met allerlei recepten ter inspiratie. In Evernote hou ik een lijstje bij van alle geslaagde gerechten die we al aten. Dat lijstje neem ik er sowieso altijd standaard bij bij het opstellen van een weekmenu, want de inspiratie is soms moeilijk te vinden. Ik heb er ook niet altijd de goesting voor om nieuwe recepten uit te proberen, dus een lijstje met wat al werkte in het verleden, is voor mij onmisbaar. Neem er gerust een paar kookboeken bij op momenten dat je wel eens iets nieuws wil proberen.

Gun jezelf een joker
Er is altijd (minstens) één dag per week waarop we allebei doodmoe thuis komen, geen zin hebben om te beginnen koken (of geen zin hebben in de opkuis achteraf), waarop we naar elkaar kijken tot één van ons zegt, "Frituur?". Dat is de jokerdag. Ik plan er elke week eentje in, meestal op donderdag. Weg de illusie dat het hebben van een weekmenu garant staat voor evenwichtige, gevarieerde en gezonde voeding. Laat de frietjes, nasi goreng en pizza maar komen! 

Maak een boodschappenlijstje
Wunderlist, nog zo'n geweldige uitvinding, gebruik ik voor het boodschappenlijstje. In de winkel loop ik het liefst rond met een papiertje waarop ik alles kan doorkrabben. Maar het lijstje op Wunderlist gebruik ik wel als ik boven in de badkamer sta en merk dat de handzeep bijna op is. Of als ik me op het werk opeens herinner dat ik nog babydoekjes moet kopen. Wat op de Wunderlist staat, wordt als eerste op het boodschappenlijstje geschreven en nadien aangevuld met alle nodige ingrediënten voor het weekmenu.
Winkelen met een boodschappenlijstje voorkomt ook dat je met te veel thuiskomt dat je eigenlijk niet nodig hebt, of met minder dan je eigenlijk wél nodig hebt. Soit, iedereen winkelt toch met een lijstje, ik moet u dat niet vertellen.

Wees flexibel
Zoals dat gaat op meerdere vlakken, als je jezelf te veel druk oplegt, ligt mislukking al gauw op de loer. Een weekmenu is geen geschreven wet, dus je kan de gerechten doorheen de week gerust wat van plaats wisselen als je dat beter uitkomt. Bij ons gebeurt dat zowat elke week.
Als wij een vaag geplande avondactiviteit hebben waarbij de kans bestaat dat we niet thuis zullen eten, voorzie ik een gerecht dat lang houdbaar is (en dus kan worden vooruitgeschoven) of dat ik vanuit de diepvriezer kan bereiden en dus kan laten zitten. Fishsticks met spinaziepuree bijvoorbeeld. Ook altijd een hit bij de kindjes trouwens.

Hang het menu op de ijskast
Of op een andere voor iedereen zichtbare plek in de keuken. Zodat niemand (behalve de kinderen dan misschien) aan jou komt vragen wat er op het menu staat. Ik duid doorheen de week ook aan, met pijltjes, wanneer er iets van plaats verandert. Of ik zie ook duidelijker wanneer ik s'avonds iets moet voorbereiden voor de dag nadien: (koude) tabouleh maken bijvoorbeeld of vis uit de diepvries halen om te laten ontdooien.

Ah ja, mijn weekmenu schrijf ik nu neer op de handige en overzichtelijke jaarkalender van Mme Zsa Zsa, die je kan downloaden en afprinten. Er is zelfs een Facebookpagina voor als je wat extra inspiratie zoekt.

Maak jij al een weekmenu en wat zijn jouw ultieme spelregels hierbij?